In november 2025 kwam de Gezondheidsraad met een nieuw advies over de gezondheidsrisico’s van houtstof. Dit deden ze samen met DECOS en NEG. Het advies gaat over het vaststellen van een veilige hoeveelheid houtstof waaraan je op je werk blootgesteld mag worden.
De Gezondheidsraad zegt dat houtstof – dus van zowel hardhout als zachthout – als kankerverwekkend moet worden gezien. Er is volgens hen geen veilige hoeveelheid. De onderzoekers vinden dat het niet meer mogelijk is om een verschil te maken tussen de risico’s van hardhoutstof en zachthoutstof.
Op basis daarvan stellen ze drie risiconiveaus voor hoeveel houtstof mag worden ingeademd (gemeten over een werkdag van 8 uur):
- 0,1 mg houtstof/m³: dit is het streefrisico en betekent dat er 4 extra gevallen van kanker zijn per 100.000 werknemers over 40 jaar blootstelling.
- 0,8 mg houtstof/m³: dit is een tussenwaarde en zorgt voor 4 extra gevallen per 10.000 werknemers.
- 2,9 mg houtstof/m³: dit is het verbodsrisico en betekent 4 extra gevallen per 1.000 werknemers.
Deze aanbevelingen gelden voor alle soorten houtstof, dus hardhout en zachthout. Volgens het advies is het huidige verschil in regels tussen hardhout en zachthout niet meer goed te verdedigen. De reden hiervoor is vooral het risico op kanker in de neus, niet op luchtwegklachten. Zelfs bij lage hoeveelheden houtstof kunnen mensen nog steeds last krijgen van hun luchtwegen, maar het doel van de grenswaarden is vooral om het kankerrisico zo klein mogelijk te maken.
Waarschijnlijk worden deze adviezen straks de basis voor nieuwe wettelijke regels in Nederland en Scandinavië. Houtstof is al door de International Agency for Research on Cancer ingedeeld als kankerverwekkend voor mensen.
De Gezondheidsraad concludeert:
- Er is sterk bewijs dat houtstof kan leiden tot neus(bij)holtekanker.
- Er is een duidelijke relatie tussen de hoeveelheid blootstelling en het risico.
- Een genotoxisch mechanisme (dat DNA kan beschadigen) kan niet worden uitgesloten. Daarom wordt aangenomen dat er geen veilige ondergrens is. Voor de berekeningen is vooral gekeken naar een grote Scandinavische studie, waarbij vooral zachthout werd onderzocht. Problemen met luchtwegen en astma worden erkend, maar zijn niet stevig genoeg om de normen op te baseren. De grenswaarden zijn dus vooral bedoeld om kanker te voorkomen.
Wat betekent dit voor de timmerindustrie?
Het verschil tussen hardhoutstof en zachthoutstof is dus niet meer wetenschappelijk onderbouwd. Een algemene norm voor houtstof ligt voor de hand. Nu geldt er een grenswaarde van 2 mg/m³, alleen voor hardhoutstof. Als deze grenswaarde ook voor zachthoutstof gaat gelden, zal dat gevolgen hebben voor bedrijven die nu nog geen maatregelen hoeven te nemen. Als het niveau van 0,8 mg/m³ wordt gekozen, betekent dat voor veel bedrijven in de timmerindustrie dat ze extra stappen moeten zetten om de blootstelling te verminderen. Dit kan invloed hebben op hoe ze werken, welke technieken ze gebruiken en welke persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn.
Wij volgen de ontwikkelingen met betrekking tot houtstof zorgvuldig en streven ernaar, waar mogelijk, samen te werken met relevante sectoren zoals de hout-, meubel- en houtverwerkende industrie. Overleg over dit thema heeft al plaatsgevonden binnen diverse gremia, waaronder de commissie arbeidsomstandigheden houtbranches (voorheen commissie de Boer). We houden jullie op de hoogte.